MUZIEKLES OP BASISSCHOOL ST. JAN.

 

In groep 1 t/m 4 wordt klassikaal muziekles gegeven. Daarbij wordt vaak, maar niet altijd het zingen van een lied als basis genomen waar omheen allerlei muzikale activiteiten plaatsvinden.

Enkele muzikale activiteiten zijn:

-         Spelletjes met harde en zachte , hoge en lage, lange en korte klanken. Het horen van de verschillen en het tekenen van harde en zachte, hoge en lage, lange en korte klanken.

-         Bewegen bij een lied, zoals bewegen op de maat van de muziek of bewegen zoals dat mooi bij de muziek past. (bv. druk of juist heel rustig)

-         Stemmen en klanken herkennen, het zelf klanken nadoen en zelf klanken verzinnen. Maar ook het bedenken van manieren om klanken op te schrijven.

-         Spelen met de schoolinstrumenten waarbij de naam geleerd wordt en ook de klank herkend wordt.

 

Bij alle muzikale activiteiten ligt de nadruk vooral op: het met plezier met muziek bezig zijn.

En natuurlijk horen er ook “optredens”  bij. In veel vieringen zullen de kinderen iets muzikaals laten horen en zien.
 

In groep 5 en 6 gaan de kinderen vrij zelfstandig aan de gang met muziek.

De muziek is onderverdeeld in vier onderwerpen waar steeds gedurende een periode van ongeveer zeven weken aan gewerkt wordt. Elk onderwerp heeft meerdere leerdoelen. De kinderen kennen die leerdoelen en gaan er in groep 5, 6, 7 en 8 zelf aan werken om die doelen te halen. In groep 5 en 6 ligt de nadruk op het leren van de verschillende muzikale vaardigheden.

 

Hier onder ziet u een heel beknopte uitleg van de vier onderwerpen:

Melodie, Klankkleur, Vorm en Betekenis.

 

De onderdelen voor het onderwerp MELODIE zijn:

1A. Klanksterkte, 1B. Klankhoogte, 1C. Klankduur en 1D. Muziek.

De kinderen leren tekens over klanksterkte, klankhoogte en klankduur te spelen, te bedenken, te horen en op te schrijven. Ze leren in de maat te bewegen, zuiver en duidelijk verstaanbaar te zingen en een eenvoudige melodie te spelen op een muziekinstrument.

 

De onderdelen voor het onderwerp KLANKKLEUR zijn:

2A. Stem, 2B. Materiaal en 2C. Instrument.

De kinderen leren meerdere door elkaar klinkende stemmen en geluiden te herkennen. Ze leren grafische tekens te bedenken en toe te passen in een klankverhaaltje. Ook leren ze van allerlei muziekinstrumenten de naam, het soort muziekinstrument, hoe de klank ontstaat en hoe het klinkt.

 

De onderdelen voor het onderwerp VORM zijn:

3A. Herhaling, 3B. Contrast, 3C. Variatie en 3D. Vorm.

De kinderen leren herhaling, contrast en variatie in een muziekstukje te herkennen. Ze leren zelf variaties te bedenken. Ook leren de kinderen wat de vorm van een lied kan zijn en kunnen ze zelf met bewegingen de vorm van een lied duidelijk maken.

 

De onderdelen voor het onderwerp BETEKENIS zijn:

4A. Sfeer en 4B. Functie:

De kinderen leren aan te geven welke gevoelens zij hebben bij muziek en kunnen die gevoelens laten zien door spel op een instrumenten en door bewegingen of tekenen. De kinderen leren de soorten liedjes te herkennen, muziek te zoeken die bij een bepaalde gelegenheid past en zelf een nieuwe tekst op een bestaande melodie te verzinnen.
 

Ook in groep 7 en 8 gaan de kinderen op deze manier vrij zelfstandig aan de gang met de onderwerpen en de leerdoelen van muziek. In groep 7 en 8 is er ruimte voor het aanleren van die muzikale vaardigheden, maar kunnen de leerlingen ook leerdoelen afronden door te laten zien dat ze die vaardigheden beheersen. Ze kunnen dit laten zien door een toets te maken of door een prestatie te doen bv. in een viering.